Een preventief gezondheidsbeleid


Datum:
zondag, 24 september, 2017

 

Mineralen en spoorelementen zijn anorganische materialen -heeft betrekking tot alle niet-levende materie-, een dood materiaal zoals gesteente, zouten, metalen…. Een mens kan deze materialen niet opnemen in het lichaam. Wij zijn afhankelijk van organische mineralen -heeft betrekking tot levende wezens: planten en dieren-.

Bodemstructuur

Allerlei levende organismen in de bodem –bacteriën, schimmels, wormen, aaltjes, mijten- zijn onontbeerlijk voor een gezonde bodemsructuur. Zij zetten in de bodem anorganische materialen om in opneembare voedingselementen voor de planten. Een evenwichtige plantengroei is voor de mens belangrijk want: mineralen en spoorelementen zijn voor de mens essentieel. Zij zijn onmisbaar voor het vervullen van belangrijke functies in het lichaam en dienen uit voeding gehaald te worden.

Als nu het bodemleven doodgespoten wordt met allerlei pesticiden, kunnen er geen mineralen en spoorelementen meer omgezet worden in de bodem met als gevolg: te weinig essentiële voedingsstoffen voor de planten en dus ook voor de mens. Een gezonde bodemstructuur is daarom voor onze gezondheid van groot belang.

Twee belangrijke mineralen: calcium en fosfor. Beide hebben een samenwerking

 Mineralen verdelen we in twee catogariën: basismakend en zuurmakend

Calcium, één van de bekenste basischmakende mineralen

Calcium, een alkalisch mineraal, bevindt zich voor 99% procent en fosfor, een zuurmakend mineraal, voor 85 procent in de botten en in het gebit. Een verbinding van calcium en fosfor geeft de hardheid en weerstand aan de botten. De overige procenten bevindt zich in bindweefsels en in het lichaamsvocht. Maar let op, de opname van calcium in het lichaam is afhankelijk van de aanwezigheid van vitamine D. Zorg dagelijks voor voldoende opname van zonlicht, maak anders gebruik van een vetoplosbare vitamine D supplement (calciferol).  Behalve voor onze tanden en botten speelt calcium eveneens een onmisbare rol in veel biochemische processen die plaats vinden in de cellen en organismen (metabolisme): het reguleert de bloeddruk en bloedstolling, is belangrijk voor het functioneren van het zenuwstelsel; overdracht van zenuwprikkels en spiercontracties; celgroei; hormoonstofwisseling en de activering van diverse enzymen.

Een tekort aan calcium kunnen grote gevolgen hebben

Bij een tekort aan calcium zal het lichaam als eerste calcium onttrekken aan de wervelkolom en bekken, waardoor osteoporose ofwel botontkalking plaatsvindt. Maar je kunt ook last krijgen van spierkrampen, vergeetachtigheid en hartritmestoornissen.

Een calcium tekort kan ontstaan door:

-een te kort aan galuitscheiding. Gal is essentieel voor de opname van calcium uit de dunne darm

-het gebruik van te veel zuurvormende voeding. Calcium wordt ontrokken om zuren te                neutraliseren

-het drinken van allerlei frisdranken, koffie. Eveneens ontrekking van calcium

-te weinig basischvormende voeding zoals groenten, fruit en basisch water

-bij bepaalde ziekten: nierziekte en extreme fysieke uitputting zoals: stress, topsport, angst,      nervositeit.

Als de lengte van uw lichaam gaat krimpen, denk dan aan inname van extra calcium met vitamine D en K2, zonlicht en aan meer  dagelijkse beweging.

Calcium komt voor in: zuivelproducten, spinazie, algen, brocolli, sojaproducten (tofu), sesamzaad, voedingsvezels, boerenkool en andere koolsoorten, postelein, peulvruchten en noten.    

Fosfor,  één van de bekenste zuurmakende mineralen

Fosfor is een anorganisch mineraal, een zuiver element. Het lichaam kan fosfor zelf niet aanmaken, het moet dus uit voeding verkregen worden. Fosfor wordt door omzetting en verbinding met een metaal, fosfaat genoemd. Gebeurt dit met calcium dan verkrijgt men: calciumfosfaat.

Fosfor is van belang bij:

-de celdeling, het is een bestanddeel van elke cel –het maakt energie vrij uit voeding-

-fosfor in verbinding met vet (fosfolipiden) is belangrijk voor de cynthese van de  celmembranen

-de werking van verschillende hormonen

-overdracht van zenuwinpulsen en de nierfunctie

Bij een te hoge fosforconcentratie kunnen diverse ziekten onstaan. Zo wordt gedacht aan: beenderziekten, hart en vaatziekten, nierziekten, diaree… Het komt voor bij het gebruik van veel vlees –orgaanvlees, zwezerik, niertjes, lever en wild; cola, tonic en light varianten; sardientjes; noten en wees zuinig met vleeswaren. 

Een tekort aan fosfor komt slechts zelden voor. Alleen bij het veelvuldig gebruik van maagzuurremmers, bij een verminderende nierfunctie of niersteenvorming. Bij verschijnselen van: tandpijn, jeuk, rode ogen, gevoel van slapte en verminderde weerstand is het verstandig naar de fosforwaarde in het bloed te kijken.

Fosfor komt voor in aardappelen, groenten, peulvruchten, tarwe, gerst, rogge en zuivelproducten; cacao…

 Door een preventiefgezondheidsbeleid kun je veel ziektes voorkomen

 

          Sophie